We gaan op tijd naar bed en slapen als een roos. Morgen willen we heel vroeg gaan ontbijten om dan op het dek de Noorse kust tot Oslo te bewonderen. We varen onder een staalblauwe hemel de Oslofjord binnen, Noorwegen wil ons zijn mooiste kant laten zien. Om kwart na tien staan we op de kade, ons Noors avontuur kan nu echt beginnen. Nog snel even een stop in Oslo voor een bezoekje aan de toeristische dienst zodat we tijdens ons verblijf in Holmenkollen geen tijd meer moeten verliezen. We pikken nog even een terrasje mee vlakbij de parking en dan is het tijd om aan onze eerste autorit te beginnen, richting Geilo. Tot Drammen is het nog redelijk druk maar dan wordt het een heel stuk rustiger. Autorijden is hier puur plezier, het stoort niet dat we maar max. 80 km/u mogen rijden. Het landschap wisselt na elke bocht in de weg, wat is het hier prachtig.

Een eerste stop in Kongsberg waar we de kerk willen bewonderen maar die blijkt gesloten. Tilly heeft een toeristische route uitgestippeld waar we 4 staafkerken kunnen bekijken. De staafkerken maken deel uit van de rijke Europese bouwtraditie. In de rest van Europa werden de staafkerken geleidelijk aan vervangen door stenen kerken. In het dichtbevolkte Noorwegen daarentegen ontwikkelden die typische kerken zich verder. De staafkerk ontleent zijn naam aan de constructiemethode: een stenen fundering waarop hoekpalen (staven) rusten, aan de bovenkant aan elkaar bevestigd met een nieuw geraamte van horizontale balken en bogen, die het dak moeten dragen. Om de kerken voldoende stevigheid te geven werd dit geraamte opgevuld met houten planken  volgens 3 methodes. Om het hout te kunnen laten werken werden zwaluwstaartverbindingen, houten pennen en vastklemmen als verbindingsmethode gebruikt, spijkers, nagels en lijm waren uit den boze. Staafkerken zijn rijkelijk voorzien van houtsnijwerk, waarvan de motieven en esthetiek teruggaan op de tradities van de Vikingtijd. Die tradities komen ook terug in de daken die dezelfde structuur hebben als de vikingschepen. Een staafkerk heeft nooit klokken, hiervoor zijn er losstaande klokkentorens gebouwd.

Noorwegen is hèt land van de staafkerken, in de periode tussen 1100 en 1300 zijn er ongeveer 1000 van gebouwd, waarvan er op dit ogenblik nog een dertigtal overblijven als voorbeeld van de houten kerken uit de Middeleeuwen. Het toeristische seizoen is nog niet van start gegaan, daarom kunnen we de meeste staafkerken alleen van de buitenkant bewonderen. Het pleit voor de Noorse monumentenzorg dat ze veel moeite doen om dit cultureel erfgoed te bewaren.

De eerste staafkerk is die van Flesberg, het geeft niet dat we alleen de buitenkant kunnen bekijken, de omgeving is prachtig. Dan rijden we richting Rollag waar we weer even stoppen om een kijkje te nemen. De volgende stop is de staafkerk van Nore, het valt nu al op dat ze allemaal van mekaar verschillen maar uitstekend onderhouden worden. Nog even een omwegje naar de staafkerk van Uvdal en dan keren we een klein stukje terug om de weg naar Tuvhovd te nemen. We rijden door een magnifiek landschap, komen amper auto’s tegen. We zijn nu al verliefd op Noorwegen en het begint nog maar pas. Op de bergtoppen ligt nog veel sneeuw, de bomen beginnen aarzelend te knoppen, de temperatuur gaat naar beneden tot 10° C. De zon en de wolken spelen een mooi spel met wisselend licht over de besneeuwde bergtoppen. Hier krijgen we al een voorproefje van hoe adembenemend de natuurpracht is.

Rond een uur of 7 zijn we in Dr Holms hotel in Geilo en mogen een keuze maken uit een uitgebreid buffet waar we allebei verschillende visvariëteiten uitproberen. Na de maaltijd kunnen we echt niet zeggen welke vis het lekkerst was. De komende maand zullen we heel weinig vlees eten, dat is wel duidelijk.