Het bijna zomerse weer in dit aprilweekend roept ons naar buiten voor de gagelwandeling in Landschap De Liereman. Parijs-Roubaix wordt gereden maar we willen liever genieten van de deugddoende zon tijdens de tot nog toe sombere lente. Aan het bezoekerscentrum is een aanzienlijk aantal deelnemers samengestroomd, een gids neemt ons op sleeptouw.

Landschap De Liereman is een stiltegebied, een zeldzaam goed in ons land. Met de groep is er weinig van te merken maar hier hoor je vooral natuurgeluiden met een minimum aan verkeerslawaai e.d. Iets voorbij de bijenkorven vangen we een glimp op van de nieuwste aanwinst in het natuurgebied, een kijkhut om te genieten van het landschap en de dieren. Iets verder mogen we een pad nemen dat zonder gids niet toegankelijk is. De aanwezigheid van wilde gagel, een ingrediënt dat vroeger in gruyt, een kruidenmengsel dat in bier vermengd wordt, ruiken we door zijn typische, aangename geur. Het streekbier Gageleer heeft zijn naam ontleend aan deze moerasstruik en wordt gebrouwen met gruyt waarin gagel verwerkt wordt.

De wilde gagel bloeit in april en mei. De goudkleurige katjes verschijnen voor de bladeren aan de twijgen die daarna niet meer doorgroeien. De struik is veelal tweehuizig. Meestal komen op een struik mannelijke of vrouwelijke katjes voor, waarbij eenzelfde plant van geslacht kan wisselen en in het ene jaar vrouwelijke en in een ander jaar mannelijke katjes kan dragen. De mannelijke katjes zijn langwerpig, de vrouwelijke meer gedrongen. De schubben (schutbladen) van de vrouwelijke bloemen vallen niet af en zijn met de vruchten vergroeid. (Wikipedia)

De Lieremanloop is te breed om over te springen, daarom keren we op onze passen terug en klimmen even later op de kijktoren. Boven wacht een fantastisch panorama over rietlanden en het gagelstruweel, het is een ideale plek om watervogels te spotten. Daar kunnen we nu de tijd niet voor nemen, de gids heeft nog wat in petto. In een wei een eind verderop vangen we een glimp op van de konikpaarden, maar van dichtbij kunnen we ze deze keer niet bewonderen. Het bospad gaat over in een knuppelpad dat ons door drassig veengebied leidt. De wortels van de bomen zijn bedekt met veenmos, over dit pad kunnen we de Lieremanloop wel oversteken.

Aan het einde van het knuppelpad verlaten we nog eens het openbare wandelpad om naar het jachthuis van de familie Messon te gaan. De Echelkuilvijver heeft de vorm van een echel, dialect voor bloedzuiger. De gids geeft een woordje uitleg over de geschiedenis van dit jachthuis en de familie. Aan de toegangspoort komen we terug op het wandelpad en krijgen wat verder het gezelschap van de Lieremanloop tot die uitmondt in de Aa. Stilaan naderen we het bezoekerscentrum waar we de dorst kunnen lessen met een Gageleer. Met een tevreden gevoel keren we terug huiswaarts.