Ondertussen is het bijna 2 uur in de namiddag, we vatten de autoroute terug aan bij Carrefour des Roses in Boezinge. Op deze plaats werd in april 2017 de eerste gasaanval gelanceerd door de Duitsers, het gedenkteken herinnert aan deze vreselijke gebeurtenis. Op wandelafstand in de Poezelstraat vinden we nog het monument Francis Ledwidge, een Ierse oorlogsvrijwilliger-dichter. We passeren Pilkem Ridge, hier is hevig gevochten aan het begin van de Derde Slag bij Ieper.

Van hieruit gaat het naar het monument The Brooding Soldier, in de volksmond ‘den Canadien’ genoemd. Tijdens de oorlog noemden de Canadezen het nabijgelegen kruispunt Vancouver Corner. Een stenen soldaat met het hoofd gebogen, gericht naar de plaats van waar de gaswolk opkomt en met de handen rustend op de geweerkolf, houdt hier ingetogen de wacht. Deze houding symboliseert het respect en rouw om de gevallenen. Dit monument maakt veel indruk op ons, we wandelen er een tijdje rond.

The brooding soldier

We rijden verder naar het Deutscher Soldatenfriedhof in Langemark, het staat ook bekend als het Studentenfriedhof omdat veel Duitse gesneuvelden studenten, scholieren en leerlingen waren. Hier heerst een grimmige sfeer onder de bomen die er in de winter kaal bijstaan, aan het ‘Kameradengraf’ waken 4 rouwende beelden. Het massagraf met meer dan 24.000 doden wordt geflankeerd door betonnen blokken met bronzen platen waarin de namen van de geïdentificeerde soldaten gegraveerd staan, velen zijn echter onbekend. De rest van het kerkhof bestaat uit grijze graftegels, onderbroken door groepen van 3 stenen kruisen. Alweer een stille getuige van de gruwel van de oorlog die in deze streek heeft gewoed.

We vervolgen de weg naar Poelkapelle en passeren het Guynemer monument, een eerbetoon aan de legendarische piloot die hier in de buurt is neergestort in september 1017. In Poelkapelle houden we halt aan het Poelcapelle British Cemetery. Hier ligt John Condon begraven, de jongste gesneuvelde in de oorlog van 14-18, leeftijd 14 jaar, een afschuwelijk record. Aan zijn graf schieten alle woorden tekort, dit maakt ons des te meer duidelijk dat de vrijheid waar wij nu van kunnen genieten een heel hoge prijs gekost heeft. Over de leeftijd is discussie maar hoe dan ook was deze jongen veel te jong om te sterven.

Op weg naar Westrozebeke passeren we nog het monument voor luitenant Juul Dewinde, een Belgische legerofficier die het liefst bij zijn troepen aan het front was en in de voorste linies vertoefde bij het grote Bevrijdingsoffensief door de geallieerden in september 2018 en daarbij sneuvelde. We willen even verpozen en gaan een echt volkscafé binnen om iets te drinken. Hier hangt een gemoedelijke sfeer met geanimeerde gesprekken rond de toog waar wij niet veel van verstaan. Het leven gaat hier zijn gewone gangetje, een echte verademing na al het leed waar we vandaag al mee geconfronteerd zijn.

Na deze welkome pauze naderen we stilaan het gebied waar de Slag om Passendale is gestreden van eind juli tot begin november 1917. Passendale is voor de Britten wat Verdun voor de Fransen is. Het mag dan ook niet verbazen dat Tyne Cot Cemetery de grootste Britse militaire begraafplaats op het Europese vasteland is. Op de weg naar het bezoekerscentrum hoor je de namen van de gesneuvelden weerklinken. Vanuit het gebouw bieden panoramische ramen een blik op het slagveld, hier vind je ook extra info over het omringende landschap. We gaan stilaan naar de ingang van dit immense kerkhof terwijl de zon naar de horizon begint te dalen. Er zijn amper bezoekers, we nemen rustig de tijd om tussen de graven te lopen. Achteraan staan witte stenen panelen waarin  namen gegrift staan waar aan de Menenpoort geen plaats meer voor was. De omvang van het verdriet aan het thuisfront wordt hier tastbaar. Na het bezoek zijn we sprakeloos maar we moeten terugkeren naar de realiteit en gaan op weg naar huis. We hebben nog een paar gedenkplaatsen op de route niet kunnen bezoeken maar daar nemen we later nog wel eens de tijd voor.

Ondertussen is het iets na 5 uur, volop spitsuur. In Kortrijk gaan we eerst nog wat eten in ’t Mouterijtje, zo slaan we twee vliegen in één klap. We kunnen de honger stillen en we vermijden de files rond Gent en Antwerpen. We kijken terug op een geweldig weekend, een gezonde mix van bewegen en een terugblik op de geschiedenis van een oorlog die 100 jaar geleden een grote tol geëist heeft. Het is geen deprimerend verblijf geworden, integendeel. Tilly kijkt hoopvol uit naar het opbouwen van de wandelafstanden na een half jaar relatieve inactiviteit en we zijn ons des te meer bewust dat niets wat je krijgt in het leven vanzelfsprekend is. Dat sterkt ons nog meer om uit elke dag het beste te halen en te genieten van de kleine dingen die ons leven zo verrijken.

Ook nu weer een woord van dank aan de donor en steun aan de familie en vrienden, waardoor we de kans krijgen om verder op ontdekking te gaan.