De rust heeft ons goed gedaan, vandaag is het terug tijd voor wat actie. We verblijven vlakbij het Jostedalsbreen nasjionalpark, het grootste gletsjerplateau van Europa waar je te voet en zelfs met de auto vlakbij verschillende gletsjertongen kan komen. Op de gletsjers wandelen zonder begeleiding is levensgevaarlijk, er zijn echter wel veel begeleide wandelingen te doen onder de deskundige leiding van een gids. Wij kiezen ervoor om ons niet op de gletsjers te wagen en hebben de minst druk bezochte gletsjertongen uitgezocht om naartoe te wandelen. Het vastrijden op ijs in Øvre Eidfjord heeft ons wat voorzichtiger gemaakt.

Een bezoekje aan het Jostedalsbreen nasjionalparksenter lijkt ons aangewezen om de omstandigheden op de toegangswegen beter te kennen. Een grote teleurstelling blijkt al snel, de buitenlandse vrouw achter de balie heeft nog nooit van de Kjenndalsbreen en de Bødalsbreen gehoord en kan ze zelfs niet aanwijzen op de kaart. Laat staan dat ze ons de nodige informatie kan geven, we kunnen wel een ticket kopen voor de tentoonstelling over het nationaal park waar we vriendelijk voor bedanken. Tot slot vertelt ze ons dat we beter naar de Briksdalbreen kunnen gaan, daar kunnen we ook wandelen, maar dan wel in de stank van de uitlaatgassen van de wagens die de toeristen naar de voet van die gletsjer brengen. Zwaar ontgoocheld gaan we naar het toeristisch infokantoor in Stryn, het ligt op weg naar Loen, ook daar worden we ontgoocheld. De vrouw achter de balie vertelt ons dat we voor de nodige informatie naar het Jostedalsbreen nasjionalparksenter moeten gaan. We vertellen haar dat we van daar komen maar helaas ze kan ons niet verder helpen of ons zelfs geen telefoonnummer geven waar we dan wel terecht kunnen.

Op de weg hebben we al een infobord gezien met de melding dat de Strynefjellet open is, nu we toch hier zijn, vragen we haar toch nog of we de Gamle Strynefjellet helemaal kunnen doen, ze verzekert ons dat dat zeker zo is. Als we in de loop van de week terug naar Geiranger gaan, willen we deze bergweg nemen in plaats van de vele tunnels. Maar nu eerst terug naar de Kjenndalsbreen.

We laten ons niet tegenhouden en gaan ons geluk beproeven aan de Kjenndalsbreen, zonder de gewilde informatie dan maar. In Loen vinden we de afslag richting Bødals- en Kjenndalsbreen. De verharde weg wordt al snel heel smal en verandert een beetje later in een grindweg. We rijden voorbij het Lovatnet, een diepgroen gletsjermeer en bewonderen de Ramnefjellfossen met een vrije val van bijna 500 m.

Voor het laatste deel moeten we tol betalen, het tolgeld steken we in een envelop waar we de nummerplaat op vermelden. De tol dient voor het onderhoud, de boetes zijn torenhoog, we nemen geen enkel risico. We betalen met de glimlach 40 kronen, de weg is heel goed berijdbaar en leidt ons verder langs het prachtig gletsjermeer tot aan een parking vanwaar we te voet verder kunnen. Het is ondertussen beginnen regenen maar we laten ons niet tegenhouden. De weergoden zijn ons tot nu toe altijd goedgezind geweest maar ons geluk is op dit gebied blijkbaar op. We gaan over een breed wandelpad ongeveer een km verder waar de smalle paadjes verder gaan tot aan de voet van de gletsjer. We gaan een stukje verder tot we een mooi zicht hebben op de gletsjertong maar keren dan toch terug omdat de stenen heel glibberig zijn en het pad meer en meer geaccidenteerd is.

Terug in de auto wordt het weer alleen maar slechter, de wolken hangen heel laag. De kans dat we nog mooie panorama’s en de gletsjertong van de Bødalsbreen te zien krijgen, neemt aanzienlijk af. We keren vroeger dan verwacht terug naar de blokhut en maken ons avondkostje klaar. We raken niet uitgekeken op het panorama vanuit het raam, het wordt een rustige, regenachtige avond. De meeste bergen zijn vandaag grotendeels verborgen achter de laaghangende wolken, toch blijft het fascinerend om naar te kijken. Morgen komt er een nieuwe dag met andere mogelijkheden. We sluiten alweer een mooie dag af.