Geluk in het spel is in het najaar aan mijn kant geweest. Met een winactie op Hebban heb ik De notaris en het meisje van Michiel Stroink gewonnen. Mijn interesse was gewekt omdat het boek zich afspeelt in Amsterdam in een lang vervlogen tijd.

Michiel Stroink (1981) studeerde journalistiek en literatuurwetenschappen in Utrecht. Zijn debuutroman Of ik gek ben werd in 2016 verfilmd door Frank Lammers. Met zijn tweede roman, Tilt won hij de Dioraphte Publieksprijs. Daarna schreef hij Exit, het Nederlands Dagblad schrijft daarover: ‘Wat Stroink knap weet te bereiken is dat je afkeer van Abels doelloze levensstijl omslaat in medelijden en hoop op loutering. Je gaat meevoelen. Dat gebeurde ook in Stroinks veelgeprezen debuut Of ik gek ben.’  De notaris en het meisje is zijn vijfde roman.

Michiel Stroink schrijft over een Amsterdam in de tweede helft van de negentiende eeuw waarin vrouwenhandel en uitbuiting de normaalste zaak van de wereld lijken. Een tijd waarin de heersende klasse, de werkende mensen en de armen onderdrukte. Het contrast tussen het kunstmatige vertier in Maison Wiesenthal, het harde leven in de Jordaan en de luxe die zich verbergt achter de gevels van de herenhuizen wordt gevat beschreven. Zijn beeldende zinnen zijn prachtig zoals volgende passages illustreren:

‘Op de voorste rijen van de kerk zaten de bestuurders, de edelen en de patriciërs, zij bezaten de stad. Daar achter de advocaten en de notarissen, zij controleerden het bezit. Daar weer achter de hoge ambtenaren, de militairen, de artsen en de hoogleraren, zij verzorgden de bezitters. En vervolgens de lage ambtenaren, de docenten, de vaklui en wat je al niet meer hebt.Keurig in een rijtje op gepaste afstand van het hoge woord van de geestelijke leider. Voor het oog van God was ieder mens gelijk, daar had men geen invloed op, maar we konden dondersgoed bepalen wie de Heer als eerste zag en wie we in de schaduw verstopten.’

‘Op het trottoir voor het theater leek zich inmiddels heel koket Amsterdam te hebben verzameld. Pauwen en haantjes drongen zich, getooid en met de borst vooruit, in de richting van de ingang.’

‘Alles wat Maison Wiesenthal exotisch kon maken, was geoorloofd. Hoe verder de mensen van huis verwijderd leken, hoe meer ze zich zouden laten gaan. En dat was het moment dat ze geld verdiende: als de remmingen verdwenen, was de voorstelling geslaagd.’

Michiel Stroink schetst een tijdsbeeld in een parodie die de De notaris en het meisje een gelaagdheid geeft die als een rode draad door het boek loopt. De lotgevallen van Anna, de barre omstandigheden in de Jordaan die op haar beurt onder de plak staat van de ongekroonde onderkoning ‘De Drost’, de schijn die hoog gehouden dient te worden door o.a. notaris Vroom, politiecommissaris Voute, het leven in een bordeel waar de clientèle afstand kan nemen van hun dagelijkse beslommeringen en de Palingoproer worden daardoor afgevlakt maar daarom niet minder afschuwelijk. De notaris en het meisje is daarmee meer dan een roman met een mengeling van fictie en historische feiten. De auteur is er uitstekend in geslaagd om inzicht te geven in een vervlogen tijd met een onderwerp waar niemand onbewogen bij blijft. Ook het taalgebruik draagt daartoe bij, Michiel Stroink gebruikt woorden die in onze moderne tijd wat in onbruik geraakt zijn zonder ouderwets over te komen.

Kortom dit boek is de moeite van het lezen waard. Door het taalgebruik en de tijdsgeest die de auteur als een parodie beschrijft, krijgt dit boek 4 sterren.

 

 

 

BOEKGEGEVENS

AUTEUR:Michiel Stroink
TITEL:De notaris en het meisje
ISBN:9789044633641
UITGEVERIJ:Prometheus
PUBLICATIE:Oktober 2017
UITVOERING:Paperback

Korte inhoud:

In de herfst van de negentiende eeuw wordt de zeventienjarige Anna uit de Groningse Veenkoloniën ontvoerd. Ze komt terecht in Maison Weisenthal, het grootste luxebordeel van Amsterdam. Vanbuiten is het huis majestueus, maar vanbinnen zijn de krakende houten balken zo rot als sommige van de bezoekers.
De weduwe Johanna Rowel bestuurt het bordeel met harde hand en Anna is totaal niet opgewassen tegen de gruwelijkheden die ze moet ondergaan. Tegelijkertijd dreigt Maison Weisenthal een sleutelrol te worden toebedeeld in een strijd tussen fanatieke protestanten en de rosse onderwereld.
Er ontstaat een machtsspel, met een hoofdrol voor de notaris Anton Vroom, die een wel heel dubieus dubbelspel speelt. Als Anna daarachter komt, begint het haar te dagen dat er misschien een uitweg uit de duisternis bestaat. Terwijl de notaris wild om zich heen slaat, probeert weduwe Rowel haar huis te behouden. En juist op dat moment barst in de Jordaan het Palingoproer los.
De notaris en het meisje is een adembenemend relaas van een al te menselijke machtsstrijd, met ongelooflijk veel vaart geschreven, tegen de achtergrond van een van de grootste volksopstanden in Nederland.