Nu we al heel wat van de Lofoten hebben gezien, wordt het tijd om de beentjes eens echt te strekken. Gisteren hebben we de tip gekregen om de Tjeldbergtinden te beklimmen, 367 m. hoog en niet al te steil volgens de bewoner. Het is niet de meest indrukwekkende berg maar het lijkt niet onoverkomelijk als we het zo vanuit het stadscentrum bekijken.

We parkeren de auto aan het Kongsvatnet, nu we de berg van wat dichterbij bekijken, lijkt hij heel steil maar we laten ons niet afschrikken. Na een beetje zoeken vinden we het pad dat naar boven leidt, al van in het begin is het een heel geaccidenteerd pad. Al snel gaat het steil bergop maar we houden vol. We doen het heel voorzichtig en rustig aan, af en toe is het wat glibberig door de nog steeds smeltende sneeuw, ook op deze lage berg. Dit wordt geen wandelingetje in het park maar een stevige klimpartij. Af en toe nemen we even de tijd om over het landschap onder ons te kijken of wat te drinken. De spieren zien behoorlijk af maar terugkeren doen we niet. We ontmoeten nog een jong koppel die deze tocht elk weekend afleggen. We laten ze passeren, zij zeggen ons dat het meer dan de moeite loont om door te zetten, we zijn al meer dan halfweg. Ze zeggen ons dat het magnifieke panorama over Svolvær de inspanning meer dan waard is, zeker met dit heldere weer. Ze wensen ons veel succes en zeggen dat we nog een paar kleine sneeuwplekken over moeten en daar dus heel voorzichtig te zijn. We slaan hun raad niet in de wind en komen dan op het vlakke stuk tussen de twee toppen op de tafelberg. Rechts van ons is het de laatste meters naar de top loodrecht omhoog met touwen, dat is geen optie maar naar links gaat een licht glooiend pad tot aan het andere uitzichtpunt. We nemen een korte pauze, zien een paar lopers langs komen en gaan de gemakkelijke kant dan maar op. Daar komen we het jonge koppel terug tegen, zij keren alweer huiswaarts. Wij moeten nog maar een heel klein stukje en kunnen dan over de stad heen kijken. Alweer een magnifiek, wondermooi zicht op het water, de diepblauwe hemel met hier en daar een paar wolken zorgen voor een echt vakantiegevoel. We zijn op 2,5 km iets meer dan 300 m. gestegen en geloof ons dat is steil, heel steil. Hiermee vergeleken is de Mont Ventoux een stadswandeling maar wat zijn we trots dat we het weer gelapt hebben. Dit is onze kale berg voor dit jaar en daar nemen we genoegen mee.

We laten ons even omringen door de rust en de stilte, we horen in de verte een koekoek roepen, we voelen ons alweer heel klein en alleen op de wereld. Een heerlijk gevoel toch moeten we stilaan terug naar beneden gaan om op tijd te zijn in de Børsen Spiserie voor het diner. Wat ons nu te wachten staat, schrikt ons wel een beetje af maar we doen het heel rustig en voorzichtig aan. Ondertussen rennen ons nog een paar lopers voorbij, wij bekijken dit met het nodige ongeloof en zullen al blij zijn dat we het heelhuids halen tot aan de auto. Soms slaat de angst toe, vooral bij Tilly, dalen is nooit haar sterkste punt geweest. We maken allebei een klein slippertje zonder erg en zijn blij dat we de voet van de berg naderen. Vandaag is ons duidelijk geworden dat de wondermooie Lofoten geen of heel weinig wandelmogelijkheden hebben voor ons. Toch zijn we overgelukkig met deze overwinning op onszelf en kijken regelmatig terug naar onze berg voor we morgen vertrekken.

In het appartement gaan we het (klamme) zweet van ons afspoelen en schuiven onze beentjes onder tafel. Deze keer kiezen we voor rendiersteak, de biefstuk van het hoge Noorden, lekker mals en heerlijk vlees. Nog even genieten van het weidse uitzicht over het water en dan is het alweer tijd om te gaan slapen. Morgen vertrekken we richting Vesterålen om te logeren aan de Buksnesfjord.