Hoe goed we onze reis ook voorbereid hadden, één ding kunnen we niet veranderen. Overal waar we komen, ligt er nog heel veel sneeuw op de bergen. De sneeuwgrens ligt nog behoorlijk laag en overal zijn de wandelingen steil. Wij zijn dus constant op zoek naar informatie over de toestand van de wandelpaden. Geen enkele toeristische dienst kan daar uitsluitsel over geven. Als we dan vragen of ze ons de gegevens van de wandelvereniging voor Noorwegen (UT) kunnen geven, horen ze het in Keulen donderen.

Onze eerste kennismaking met het infokantoor in Oslo verliep al niet positief. Als je iets wil kopen, dan is de bereidwilligheid heel groot. Als je echter meer wil weten over bezienswaardigheden, dan kunnen ze je niet helpen of verwijzen door naar een andere dienst. In Geilo waren we op OH-Hemelvaartsdag, de toeristische dienst was gesloten dus trokken we onze plan en besloten om over de toeristische route over de Hardangervidda naar Eidfjord te rijden. Gelukkig vonden we in het Hardangervidda Natursenter een vriendelijke Belg die duidelijk wel op de hoogte was en bereid om gratis informatie te geven. Wandelen bleek echter geen optie te zijn omdat er echt nog overal en heel laag op de paden veel sneeuw lag.

In Bergen gaven ze ons zelfs verkeerde informatie over tickets voor het openbaar vervoer, een ticket voor de kabelbaan naar Ulriken verkopen was geen probleem. We kochten aan een automaat 4 tickets voor de heen- en terugreis. ‘s Avonds bleken 2 tickets niet meer geldig omdat ze langer dan anderhalf uur van tevoren gekocht waren. De buschauffeur zag dit echter door de vingers, we mochten toch mee met de gekochte tickets.

Op de Lofoten hadden we graag info over de toestand van wandelpaden omdat de sneeuw daar nog volop aanwezig was. Op de toeristische dienst in Svolvær zeiden ze ons dat we de toestand zelf maar moesten bekijken als we aan een wandeling wilden beginnen. Alsof je beneden aan een berg al kan zien wat er hogerop ligt of de moeilijkheidsgraad van de wandeling kan inschatten. In een winkel van outdoorkleding hebben we gelukkig een verkoper gevonden die ons wel degelijk tips kon geven over wandelpaden die voor ons doenbaar waren. Op Vesterålen was er geen probleem omdat we de enige, volledige dag die we daar hadden al gereserveerd was voor de walvissafari. In Andøy Frilufssenter waren ze verder heel bereidwillig.

Nu we in Lidasanden bij Stryn logeren, slaan ze echter serieuze flaters. Eergisteren brachten we een bezoek aan het Jostedalsbreen Nasjonalparksenter om meer te weten te komen over 2 gletsjers die we wilden bezoeken. De vrouw achter de balie had nog nooit over de Kjenndalsbreen en de Bødalsbreen gehoord en zei dat we dan maar een andere gletsjer moesten bezoeken. We hebben ons niet laten tegenhouden en zijn toch naar de Kjenndalsbreen gereden, Ondertussen was het te hard beginnen regenen om nog naar de Bødalsbreen door te rijden.

Op de weg van Stryn richting Hjelle staat een bord dat aangeeft dat de Strynefjellet, een toeristische route die tot het late voorjaar onberijdbaar is, geopend is. Om zeker te zijn, toch nog maar eens informeren bij de toeristische dienst of de weg echt open is, waarop ze bevestigend antwoorden. Vandaag wilden we na ons bezoek aan Geiranger de Gamle Strynefjellsvegen nemen vanaf Grotli, daar staat dan aangegeven dat de weg ‘vinterstengt’ is (gesloten wegens winterse omstandigheden). Bij navraag in het Høyfjellshotel blijkt dat de weg vanaf de kant van Stryn geopend is tot het skicentrum, waar ze met geen woord over gerept hebben in het infokantoor. Verbluft over alweer verkeerde informatie, belt Marc naar 175 – het nationaal nummer voor informatie over wegen – waar ze ons weten te zeggen dat de weg morgen waarschijnlijk opengaat. Dan maar terugkeren en via de weg met veel tunnels terug naar onze blokhut rijden.

We vragen ons ondertussen af waar een mens hier in godsnaam ter plaatse terecht kan voor betrouwbare informatie. In deze tijd van communicatiemiddelen zijn dit prehistorische toestanden waar we het toch moeilijk mee hebben en die voor ergernis zorgen. De mensen waar we mee te maken krijgen bij de toeristische infokantoren zijn ofwel niet-Noors ofwel jobstudenten die allesbehalve vriendelijk en bereidwillig zijn. Als toerist moet je je plan trekken en soms risico’s nemen, je wordt opgezadeld met een torenhoge telefoonrekening omdat je zelf de betrokken diensten moet opbellen of internet raadplegen wat ook voor extra kosten zorgt.

Noorwegen is en blijft een prachtig land, de Noorse manier van leven spreekt ons erg aan maar op dit gebied laten ze de bezoekers in de kou staan. Over het algemeen zijn de Noren echter vriendelijke, ietwat afstandelijke mensen. Ze vragen steevast waar we vandaan komen en geven graag extra tips om te doen of te bekijken in de omgeving. Van degelijke, betrouwbare toeristische diensten hebben ze echter geen kaas gegeten. Of zijn wij te veel verwend en moeten we ons toch meer de Noorse manier van alles te nemen zoals het is, eigen maken.