Terwijl we diep in slaap waren, is het nodige hemelwater naar beneden gevallen. Als we wakker worden, is het nog een beetje bewolkt. De voorspellingen voor vandaag zijn echter goed met veel zon. Nu de sneeuw al stevig gesmolten is, moet een fikse wandeling tot de mogelijkheden behoren. Onze keuze valt op de Prestholtseter met eventueel nog een extra beklimming naar de top voor een uitzicht over de omgeving.

Om meer te weten te komen over de toestand van de wandelwegen op grotere hoogtes gaan we langs het infokantoor in Geilo. Hier worden we niet met een kluitje in het riet gestuurd en kan men ons vertellen dat het wandelpad tot aan de Prestholtseter heel goed begaanbaar is met slechts een paar kleine sneeuwvelden. Hogerop zal moeilijker worden omdat daar de sneeuw nog volop op de rotsen ligt, er wordt ook nog vermeld dat we in de hut een lunch kunnen nemen en dat de weg vanaf vandaag geopend is na de winter. Opgetogen dat we voor de eerste keer sinds we in Noorwegen zijn echte informatie gekregen hebben, nemen we de auto om naar de parking net voorbij Jon’s Kro te rijden. De stevige wandelschoenen aantrekken, de lunch in de rugzak en we zijn klaar om op weg te gaan.

De wandeling is goed aangegeven en begint met een stevige, steile klim. We zijn een beetje verwonderd als we een stukje verder voor een poortje staan waar we een spoorweg moeten oversteken, ondenkbaar bij ons in België. Toch even goed uitkijken of er een trein nadert maar zoveel treinverkeer is hier niet. Na de spoorweg gaat de klim verder over een breed goed begaanbaar pad, dat al snel een stuk smaller wordt. Na 2 km zijn we 300 m. hoger en wordt het minder steil. We moeten nog even over een rotspartij waar het pad over kronkelt en staan even later aan een waterval die in de diepte dondert. We volgen het gestaag stijgende pad met mooie vergezichten, dat grotendeels de bergrivier volgt. We zijn in een wonderbaarlijke omgeving beland. De stilte verwondert ons steeds weer, een ongekende luxe die voor ons abnormaal is geworden. Overal zie je sporen van wild, hier en daar ligt nog een aanzienlijke hoeveelheid sneeuw waar we gelukkig niet doorheen moeten, we horen regelmatig schapen blaten, wat is het leven hier mooi. De ons omringende prachtige natuur krijgen we er gratis bij, ondanks de steile klim doet het ons deugd om in beweging te zijn. De regen van de afgelopen dag en nacht heeft hier en daar het pad omgetoverd tot een klein stroompje, het pad is uitgesleten en niet meer dan een voet breed. Hier en daar is de grond zompig en moeten we een beetje zoeken om niet weg te zakken in de modder, we zijn niet de enigen die ons heil wat hogerop zoeken. We proberen zoveel mogelijk naast het pad te blijven waar ook al voetsporen staan, we willen de kwetsbare natuur niet schaden. Hier en daar is het echt zoeken om vooruit te komen, een paar keer moeten we over een zijtak van de bergrivier die we grotendeels stroomopwaarts volgen, een enkel sneeuwveld belemmert het paadje. Toch naderen we stilaan ons doel, onze voeten zijn nog steeds droog.

Ons geluk kan niet op als we een steenarend door de lucht zien cirkelen, op zoek naar een prooi. We houden even halt om deze machtige vogel in al zijn pracht te bewonderen, hij verdwijnt echter uit het zicht waarna we onze weg vervolgen. Nu krijgen we de Prestholtseter in zicht, nog even doorbijten en we kunnen onze lunch nuttigen. We zouden het niet erg vinden om even binnen wat op te warmen maar staan voor een gesloten deur. De zon schijnt volop toch voelt het nog behoorlijk koud, de wind waait hier stevig. Aan de hut vinden we een plaatsje op een bank in de zon. Lekker uit de wind is het heerlijk vertoeven, we eten onze meegebrachte lunch.

Een blik op de toppen is genoeg om te weten dat we de heel steile klim niet aandurven. De toppen liggen nog vol sneeuw, het eerste stuk van het pad ziet er nog doenbaar uit, het tweede stuk is door hoge sneeuw en steile rotspartijen. De rotsige ondergrond maakt het te gevaarlijk, we keren terug naar beneden. Om niet dezelfde weg te nemen, gaan we terug over de grindweg die tot aan de Prestholtseter gaat. Het is langer maar minder steil en als alles goed gaat, kunnen we aan het skicentrum in Havsdal een doorsteek maken naar Geilo. De weg is vanaf vandaag geopend voor auto’s, toch wordt daar heel weinig gebruik van gemaakt. We komen nog een paar wandelaars tegen tot we in Havsdal zijn. Hier moet een wandelpad naar Geilo zijn maar met de beste wil van de wereld kunnen we dat met de gps niet vinden. Er zit niets anders op dan de weg, die ondertussen verhard is, te volgen. Een stevige omweg, de steile klim en de vermoeidheid laat zich na ongeveer 15 km flink voelen. We hebben nog ongeveer 10 km voor de boeg voor we aan de auto zijn. Na ongeveer een km over de flink dalende weg zakt de moed ons in de schoenen, we voelen dat de overige kilometers ons te zwaar vallen. Marc probeert via de smartphone een telefoonnummer op te zoeken om een taxi te bellen want het is ons duidelijk dat we vandaag flink onderschat hebben. Geen bereik, geen internet, ten einde raad bellen we aan een huis aan. De vriendelijke heer des huizes is graag bereid ons verder te helpen, de dochter wil ons tot aan de auto brengen. Moe maar tevreden nemen we dit aanbod graag aan. In de auto hebben we het over koetjes en kalfjes, na ongeveer een half uur staan we aan de auto. Het was inderdaad nog een aanzienlijk stuk, bij aankomst op de parking bedanken we haar met een pak echte Belgische amandelkoekjes die ze blij in ontvangst neemt.

Veel later dan aangenomen komen we aan de auto aan, we besluiten de dag met een pizza die ons heerlijk smaakt. In het hotel nemen we nog een lekkere koffie door de vriendelijke barman met de glimlach geserveerd. In de gezellige bar is het heerlijk genieten met muziek uit de jaren ’70 en ’80, toch gaan we al snel naar de kamer. Nog een douche en daarna rustig nog een uurtje wat lezen en foto’s bekijken. Morgen hebben we de autorit naar Oslo voor de boeg. De laatste dagen in dit fantastische land zijn aangebroken, het komende afscheid stemt ons een beetje weemoedig.